3T1 Constructie

Naast de observatieposten op bestaande gebouwen als torens, molen.s en industriële gebouwen, werden posten (zoals 3T1 Koewacht) onder toezicht van het Centraal Bureau der Genie ontworpen, de raatbouwtorens of eigen torens genoemd.
Om de torens niet op te laten vallen, werden ze vaak aan de rand van of in een bos geplaatst. Natuurlijk kregen ze ook een likje camouflageverf, om ze nog minder zichtbaar te maken voor de vijand

Om de kosten binnen de perken te houden, afhankelijk van de hoogte tussen de 5.200 en 15.000 gulden, werd gebruik gemaakt van beton. Bovendien was het onderhoud ook goedkoop en uit technisch oogpunt was het ook ideaal.

NV Raatbouw produceerde de prefab betonnen delen, waardoor de torens snel gebouwd konden worden. De betonnen delen bestaan uit open vierkanten, waardoor de constructie de naam raatbouw krijgt. NV Raatbouw was in 1950 opgericht door architect M. Zwaagstra en de NV Schokbeton.

Op de fundering stonden vier balken die om de twee meter verbonden waren met een horizontale balk. Hiertussen werden de raatbouwelementen vastgezet. De hoogte van de torens varieerde van 4 tot 32 meter.
Torens hoger dan 19 meter zoals in 3T1 in Koewacht kregen steunberen op de hoeken.
Het onderste gedeelte van de toren werd voorzien van gladde betonnen tegels, om te voorkomen dat onbevoegden de torens beklommen.


De kop van de toren werd gevormd door een open observatiecabine. Om inwerking van scherven en exploderende projectielen tegen te gaan, was de cabine aan de binnen- en buitenzijde betegeld (scherfvrij). Een open instelling in het midden van de cabine nam de meeste ruimte in. Hierin was het statief met het speciale luchtwachtinstrument opgesteld. De borstwering van de open instelling had een dikte van acht centimeter. In oorlogstijd kon de borstwering extra versterkt worden door aan de binnenzijde zandzakken op te stapelen. Aan de  westzijde was een overdekte schuilnis van twee meter hoog, drie meter lang en een meter diep.

(beeldmateriaal: Lex Tempelman bouwplaat type 19.62)